De ijssalon

Woordkaarten met betrekking tot de ijssalon te gebruiken voor activiteiten in de kring: woorden bespreken, zinnen maken, concreet materiaal erbij laten zoeken, enz.

Woordkaarten met betrekking tot de ijssalon te gebruiken bij de taalhoek: om de woorden na te stempelen, na te leggen met letters van klei of losse letters.

Activiteit 1: ‘Hoeveel klapjes?’ zelfcorrigerende knijpkaarten.

Activiteit 2: ‘En toen?’

Twee reeksen logische volgorde leggen. Knip de kaartjes met afbeeldingen los en De leerling legt deze op de juiste volgorde op de genummerde kaart.

Cijferkaarten 1 t/m 10

Activiteit 1: ‘Bouw een mega-ijsje’. Leg de patroonkaarten na.

Activiteit 2: ‘toppings tellen’

Voorbeeldkaartjes 1 t/m 10. Twee soorten ijskaarten: Bakje met 1 bol voor de oneven getallen en een bakje met twee bollen voor de even getallen. De kinderen verdelen de toppings over de twee bollen. Voor de toppings kun je allerlei materialen gebruiken. Bv: kraaltjes, pompoms, gedroogde boontjes, wafeltjes van karton en geknutselde kersen (of snoepkersen). Koppel hier fijn-motorische handelingen aan door er een pincet of verschillende kleine lepeltjes bij te leggen.  
De ijssalon: Bespreek met de kinderen hoe een ijssalon eruit ziet en bedenk samen wat je allemaal nodig hebt voor de inrichting ervan. Wanneer ze het zelf aandragen kun je de volgende materialen aanbieden (of zelf materialen laten maken):
  • Letterslinger ‘ijssalon’ van ijsjes.
  • Bordje open /gesloten.
  • Prijslijst.
  • Twee kaarten om de bestelling op te nemen.
  • Woordkaarten voor ijssmaken.
  • Geld voor de ijssalon.